Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

iets van den vorm der toekomstige maatschappij vermoedde. Hij was in de Beurs niet eens in de eerste plaats kunstenaar, maar allereerst profeet.

In Dudok's stadhuis daarentegen is in de eerste plaats gestreefd naar het verrassende, de klemtoon ligt op hei persoonlijke, niet op het algemeene. Hij blijkt een „vierkante" De Klerk, die op zijn beurt reeds te beschouwen was (en zich zelf ook zoo wilde zien) als een persoonlijke verbijzondering van Berlage. De dood van De Klerk beteekende het einde van de Amsterdamsche school en Dudok beteekent geen nieuw begin. De talentvolste jongeren kozen nu reeds andere wegen. Eert deel ging naar het kamp der nieuw-zakelijken, die Dudok niet als zakelijk erkennen, op zijn hoogst als niet onsmaakvol verwerker van nieuw-zakelijke uitvindingen, waar dat in zijn stijl te pas kwam. Een ander deel greep terug op Berlage's Beurs, door Dr. Kuyper weliswaar paganistisch genoemd en demonstreerden de waarde van Berlage's inzichten vooral op 't gebied van den katholieken kerkbouw.

Daartusschen is dan nog een groep, de stillen in den lande, wier grootste beginsel, wat den vorm betreft, hun beginselloosheid is, en die daarentegen zeer principieel zijn in hun streven, den nadruk in de bouwkunst wederom op de ruimte te leggen. Zij verwerken alle materialen, oud of nieuw, die redelijkerwijze hun soliditeit bewezen hebben. Zij bouwen geen fabriek als 'n landhuis en geen landhuis als 'n miniatuurfabriek. Zij zijn niet getrouwd aan de spiegelruit en het stalen raam, zooals de nieuwzakelijken, maar ze passen ze alleen daar toe, waar ze er heil in zien. Ze zijn evenmin getrouwd aan den stalen stoel, zooals de nieuw-zakelijken, die een houten stoel een hopeloos ouderwetsch ding vinden. Zij zeggen: het meest wezenlijke van een kunstwerk ligt niet in het materiaal, waarin het uitgevoerd is, maar hierin, of het beantwoordt aan zijn functie, dat is zijn stoffelijk-geestelijk doel. Zij maken groote wanden, waar zij door die groote wanden iemand kunnen helpen zijn innerlijke rust te hervinden en te bewaren. Zij maken een groot raam, waar een prachtig vergezicht dat motiveert. Zij bouwen een toren, waar hij een belangrijke geestelijke functie van een gebouw uitspreekt. Zooals de oude kerktoren dat doet. Zij behandelen het woonhuis als een dienend en bijna neutraal element in het stadsbeeld. Het heerschend element van onzen tijd is voor hen een vraagstuk en de oplossing ervan ligt in de toekomst, en niet nu al in de wolkenkrabber.

Sluiten