Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In de foekomst zullen we misschien een godsdienst bezitten, die de plaats inneemt, die de katholieke godsdienst in de middeleeuwen innam. Alle kerkgenootschappen van nu, zijn wel zoo onbescheiden te verwachten, dat zij die centrale plaats zullen innemen, verwachten met 't oog daarop heil van de „eenheidsbeweging", al achten zij de huidige verdeeldheid der kerken door God gewild. Zij bidden voor herstel van de eenheid, maar hebben zelf geen haast met dat herstel.

Hoe het zij, in de verre toekomst zal er vrij zeker een algemeen aanvaarde geestelijke norm komen, die het menschdom omvatten zal door de kracht van het gemeenschappelijke. Die de menschen in leven en sterven nabij zal zijn met een liefdevolle suggestie van oneindige hoop en oneindige troost, in een vorm, die geestelijke weerspiegeling zal zijn van den maatschappelijken band, die zijn zal, wanneer orde en regel in de wereld zullen heerschen ten algemeenen nutte en algemeen gewild. Ook in die wereld zal echter nog ziekte zijn en dood als onvermijdbaar leed. Juist met 't oog op dit onvermijdbaar leed is het waarschijnlijk, dat wij in de toekomst wederom zullen komen tot een geestelijken vorm als een door allen aanvaard symbool van een verborgen harmonie, allen en alles omvattend. Tot de rijk versierde hoofdletter, waarmee alle hoofdstukken van het boek der menschheid in dien tijd zullen beginnen. Het menschdom kan zoo slecht buiten dien hoofdletter. Dit is het geheim der groote godsdiensten. Ook waar zij wetenschappelijk ondermijnd zijn, voorzien zij nog in een behoefte. En tempel, moskee en kathedraal zijn de ruimtelijke vertolkingen van deze voorziening. In de toekomst zal er dan ook wel een levensbehoefte zijn, die voorziet in deze behoefte. De architecten zullen deze levensbeschouwing ruimtelijk vertolken en dat zal het heerschende element opleveren in het stadsbeeld

van de toekomst. (

Over 't heerschend element van heden in t stads- of dorpsbeeld maakt de architect der derde groep zich weinig zorgen. Hij weet: daar is de wereld innerlijk niet aan toe, hij weet, hoe treurig de wereld er innerlijk aan toe is. Hij weet, dat de bouwkunst als meest maatschappelijke kunst den toestand van de maatschappij weerspiegelt. Het is zijn eenig ideaal steeds dieper, steeds omvattender te zien. Hij weet, dat in de bouwkunst aardige vormen en kleur maar lokmiddelen zijn, waarop te veel menschen zich vergapen. Hij zelf staat in n dienende verhouding tot zijn opgaven.

Sluiten