Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoek naar een bouwterrein. Een tijd later verschijnt de architect met een uitvoerig schetsontwerp. Alles rustig doorspreken is nu geboden, elkaar alles zoo duidelijk mogelijk voorstellen. Opdrachtgever en architect kunnen elkaar niet goed genoeg begrijpen. Want staat het bouwplan vast, dan zijn alle veranderingen uit den booze en duur. Dit onderling overleg tusschen opdrachtgever en architect is voor beide partijen buitengewoon leerrijk. Het brengt beide partijen tot zelfonderzoek wat hun meeningen betreft. Bovendien beschouw ik architecten als opvoeders van de openbare meening op bouwkunstig gebied, al schoten zij wat dit laatste betreft ver en ver te kort, zoodat een deel van het huidige wanbegrip op bouwkunstig gebied hun eigen schuld is. Zij hebben veel te veel alle bouwkunstige problemen behandeld in hun vakbladen, die de leek practisch niet leest. Bij de groote bladen beschikt men over medewerkers voor muziek, schilderkunst, tooneel en literatuur. Voor de bouwkunst schijnt men dat niet noodig te achten. De architecten zelf ook niet. Die schreven liever in hun keurige organen, zooals ze altijd keurig zijn. Architecten zijn deftig. Ze zijn ook zoo deftig geworden, omdat groote groepen van ons volk zich niet van hen bedienden. Arbeiders en boeren gingen rechtstreeks naar 'n timmerman, met het resultaat de duizenden afschuwelijke huizen, die de schoonheid van ons land vernielen.

Aan de afzonderlijke arbeiderswoning komt als regel geen architect te pas. Die treedt pas op, waar de woningwet complexbouw mogelijk maakt en de arbeidersklasse tot opdrachtgever promoveert door middel der woningbouwvereenigingen. Naast 'n enorm goeden wil, bracht zij helaas haar beperkingen mee. Bleken de woningbouwbestuurders vaak goede organisatoren, van den bouw en de inrichting der arbeiderswoning hadden zij in 't algemeen zeer weinig verstand en dat kon ook niet. Wie de huizen kent, waarin de arbeiders vijf-en-twintig jaar geleden woonden, weet, dat de moderne arbeiderswoning daarbij vergeleken een paleis is. Maar wie verder ziet, weet ook, dat de beste arbeiderswoning nog maar 'n slap aftreksel is van de gemiddelde burgermanswoning. Die weet ook, dat het verlichte deel der bourgeoisie en de groep der intellectueelen een enorme voorsprong heeft op de besten der arbeidersklasse. Het valt mij altijd weer op, zelfs als ik bij menschen thuiskom, die een leidende functie hebben in onze arbeidersbeweging, dat de meesten zeer slechte interieurs hebben. Dan denk ik

Sluiten