Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een of meer aspecten, een of meer facetten van het bouwkunstjuweel der toekomst.

Zoo vaak ons hart uitgaat naar een bepaald facet, gaat het uit niet alleen naar bepaalde deugden, maar ook naar bepaalde vergissingen. Om die vergissingen scherp te leeren onderscheiden, is het noodig ons bouwkunstig denken te scherpen in de richting van het „algemeene", wars van het bijzondere.

Deze scherping lijkt mij mogelijk vanuit een innerlijke, geestelijke nuchterheid, die echter niets gemeen heeft met de nuchterheid van: „het vleesch is beter dan de beenen". Neen, die nuchterheid heeft ons juist in den poel van maatschappelijke en geestelijke ellende terecht doen komen, waarin wij dreigen onder te gaan.

Maar het blijft mogelijk de hoofdzaken der bouwkunst klaar te stellen vanuit een klaar maatschappelijk-bouwkunstig denken, vanuit een juist aanvoelen van het wezen der bouwkunst als ruimtekunst en vanuit de bepaalde technisch-economische sfeer van elk gebouw.

In het begin dezer uiteenzetting constateerden wij vier hoofdsoorten van gebouwen:

1e. Gebouwen voor woondoeleinden.

2e. Bedrijfsgebouwen.

3e. Gebouwen voor algemeene utilitaire doeleinden.

4e. Gebouwen voor de geestelijke hoogtepunten van 't leven.

Wanneer wij het wezen dezer gebouwensoorten doordenken, dan komen wij tot de conclusie, dat zij alle een bepaalde geestelijke en een bepaalde economische sfeer vertoonen. Wij komen ook tot de ervaring, dat die beide sferen innerlijk op elkaar zijn afgestemd, geen tegenstellingen zijn, maar „tegendeelen. Elk gebouw, kunnen wij zeggen, is een eenheid van economische en geestelijke tegendeelen.

Dat voelen wij al, wanneer wij het woord hut uitspreken. In dat eene woord ,,hut ligt de geestelijke en economische sfeer besloten van de gebouwensoort, die met hut aangeduid pleeqt te worden.

Bij „boerderij worden we ons evenzeer van deze economisch-geestelijke twee-eenheid bewust. Wij denken aan het bedrijf, de specifieke bestaansvoorwaarden van den boer, daarna aan de wijze, waarop het begrip „boer" in zijn woonhuis tot uitdrukking komt.

Sluiten