Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Men zou op deze opmerking kunnen aanmerken, dat ook zij zich aan generalisatie bezondigt en met name de mercantilistische literatuur verdonkeremaant. Ik geloof dit niet, want kwalijk kan men volhouden, dat het mercantilisme zelfs maar heeft gepoogd, een volledig stelsel van economische wetenschap te scheppen. Er zijn brokken economische theorie uit op te delven, stellig, maar stukwerk blijft dit, meest niet meer dan pleidooien ten gunste van reeds bestaande staatspractijk. De economie was, naar doorluchtig voorbeeld, ancilla politices. Juist dit wordt anders, tot eere der economie, in de achttiende eeuw.

De geschiedenis van de handelspolitiek, hier aangeroerd, levert, maar dan vervolgd tot na 1800, zelfs een heel markant staal van dat negeeren door de practijk van wetenschappelijke uitkomsten, waarover economisten wel klagen (en in dit geval wellicht met meer recht dan in andere). Zoodra ontwikkelt zich niet in de achttiende en de negentiende eeuw, bij de physiocraten als voorloopers en hierna bij Smith en zijn school, Ricardo vooraan, de wetenschap der economie, of zij trekt al spoedig één slotsom voor de practijk, door de meeste schrijvers van gezag onderschreven : dat de welvaart der menschheid beter door vrijhandel dan door bescherming wordt gediend. De theorie van den internationalen handel, waaruit deze slotsom getrokken werd, wordt gedurende heel de negentiende eeuw wetenschappelijk niet bestookt. De tijdelijke, immers als opvoedingsmaatregel bedoelde, industrieele rechten, vooral door List bepleit (niet trouwens voor kleine landen beval hij ze aan!), zij raakten — ik kom er nog op terug — het beginsel niet.

Maar de practijk der handelspolitiek is door deze theorie nauwelijks beïnvloed.

Ook de negentiende eeuw laat veel protectie, weinig vrijhandel zien. Het lijkt, zoo omstreeks het midden der eeuw, of dit anders wil worden, maar de inzinking van het beschermend stelsel in landen als Frankrijk en Duitschland duurt kort en maakt plaats voor straffere bescherming dan tevoren. De verklaring ? Ook zij is niet van theoretischen aard. Niemand, die van de geschiedenis der handelspolitiek kennis neemt, ontkomt aan den stelligen indruk, dat dit stuk staatspractijk in elk land pleegt te worden bepaald door die belangen, welke de kunst verstaan, zich te doen gelden in 's lands

Sluiten