Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een slecht betaalde en overwerkte keukenmeid.

Het is die alomtegenwoordige zelfzucht, die in leerboeken homo economicus heet, waarvan we, in hetgeen gaat volgen, eenige avontuurtjes noteerden.

De homo economicus is de onpersoonlijke hoofdpersoon van dit kleine boekje en wie er verder namen in dragen, zijn slechts even aangeduid met een enkel lijntje, zoodat U mij niet vragen moet, hoe een schorre student van Delft zoo maar ineens bediende in een boekwinkel en dan straatzanger kan worden en of die jongemannen niet moeten dienen, of ze vrijgeloot, dan wel afgekeurd zijn. — De homo economicus is de hoofdpersoon. Hij bezit vele lichamen, die als de lich amen van bezetenen, zielloos in elkaar zakken, als de bezetenheid voorbij is.

Hij vindt een paar tegenstanders, die het, economisch bezien, niet ver zullen brengen in deze wereld, zoodat het maar goed is, dat er nog een Hemel is. ■—1

En dan wordt er in dit boekje nog gesproken over een tijdschriftnummer, waarin een vertaling te lezen staat van een rede van Kardinaal Newman, waaraan wij, die geen exegeet zijn, ook ons Bijbelsch motto ontleenden.

Bedoeld werd „de Gemeenschap" en wel het Juni-nummer van den negenden jaargang. En we veroorloven ons een klein citaat uit die Newman-

Sluiten