Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

boeide hem, als steeds. Het was een mager gezicht. De mond met de saam geknepen dunne lippen getuigde van een wilskracht, die vaak hoogmoed leek. Zijn aschblonde haren waren zorgvuldig gekamd en zijn heele voorkomen maakte een voornamen indruk, wat temidden der meestal wat slordige medescholieren te meer opviel.

De gedachten van den starenden leeraar voerden onderling drukke gesprekken. Hij was niet jong meer, deze mathematicus, en zoo ziekelijk, dat hij zoo om het half jaar een maand of langer thuis moest blijven. En zoo was het niet vreemd, dat in zijn moede hoofd de gedachten nu en dan, door geen wil gebonden, rondwiekten en tot elkaar spraken, waar de leeraar willoos luisterde.

Schatrijk moest die jongen, die Bernard Trente-

laer zijn Zou hij het zelf wel weten? Heel

jong had hij zijn ouders verloren Zielig, als je

ouders slechts schaduwen waren uit een ver en

onbestemd verleden! Of niet zielig? Wat

had hij onlangs ook weer allemaal over hen gehoord? De jongen woonde nu bij zijn oom in,

wiens zuster het huis bestierde en erg gezellig moest het daar niet zijn

Zoover was hij met zijn gedachten, toen de bel het einde van het les-uur aankondigde.

Bernard Trentelaer en zijn leeraar keken elkaar

Sluiten