Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

had over een zeer onduidelijke, zwaar orgelende bas. En zoo was het een ontstellend geronk, dat naast Bernard Trentelaer opsteeg en dat den leeraar en de klas duidelijk maken moest, wat Wims opvatting van den homo economicus was:

„De homo economicus is het proto-type van den egoïst. Hij werd uitgevonden of ontdekt of alleen maar gesignaleerd door den een of anderen luien heiden, die er geen huishoudster, maar een huishouder op na hield, om te zorgen, dat de koeien genoeg voer en de slaven niet te veel te eten kregen. Het kenmerk van den homo economicus is welvaart, wat zooveel zeggen wil, als wel varen, maar niet roeien. Hij voert dan ook liefst geen klap uit, maar zorgt er toch voor, zooveel mogelijk te verdienen. En zoo zijn we per slot van rekening allemaal, als het er op aan komt. Wat niet wil zeggen, dat het

goed is, dat we zoo zijn.

Voor ons, economische menschen, is het evangelie van de zelfzucht geschreven, de economie. Maar voor wie, is dan dat andere Evangelie geschreven?" — Bernard Trentelaer voelde bij die woorden de bank dreunen. Als buurman Wim zich nog heviger opwond, zouden de gloeikousjes van de armzalige gaspitten op de lange, kale armen, die aan even kale en lange staken van het lang geleden gewitte plafond neerhingen, tot grijs stof verpulveren, zoo-

Sluiten