Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lucht van rotte eieren, die in het lokaal hing, was bijna ondragelijk geworden.

Het was Bernard Trentelaer, die, wederom zeer hoffelijk, de stilte het eerst verbrak:

„Mijnheer, mag er nü een raam open?"

Toen was het, dat de bom barstte. Als een overbelaste stoomfluit, snerpte de stem van mr. Van

Horst:

„Er uit! De gang op!"

Bernard Trentelaer verhief zich met loome gratie van zijn bank en was al bijna de deur uit, toen de

leeraar hem toesnauwde:

„Wat moet dat? Je buurman bedoel ik.

En toen de bedoelde buurman op de gang goed en wel tot de conclusie was gekomen, dat de onaangename reuken ongetwijfeld uit het „practicum" stamden, het lokaal, waar de scheikunde ter wetenschappelijke staving der theoretische kennis practisch wordt beoefend, werd de portier in zijn kamertje zoo plotseling wakker, dat hij eerlijk meende te hebben geslapen. Hij meende bovendien, dat hij lang had geslapen en om geen minuut later te zijn dan de vele minuten, welke hij, naar hij dacht, al te laat was, drukte hij onverwijld op de bel, die in alle klassen, — een kwartier vóór tijd, — het einde van het les-uur aankondigde.

Dies stapte Willem Kluizenaars maar weer naar

Sluiten