Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het vuur in den haard brandde met veel gele vlammen. Behalve de schemering, welke er in den laten namiddag van dezen helderen herfstdag was overgebleven, was dit het eenige licht in de kamer.

Het was een deftige kamer met statige meubelen van gebeeldhouwd eiken. Twee paar hooge vleugeldeuren, nu zorgvuldig gesloten, gaven in een milder seizoen toegang tot een ruim bordes van hardsteen, van welks waardige verhevenheid men dan den weelderigen bloei van den tuin overschouwde.

Door het in lood gevatte paarse glas van deze deuren ontving de kamer overdag haar licht; een licht, dat van den ochtend, den middag en den avond één onheilspellenden zonsondergang maakte en dat een jong, maar tot zwaarmoedigheid geneigd gemoed nu juist niet tot grooter opgewektheid stemmen kon.

Met zijn voeten naar het vlammenspel in den haard gestrekt, zat Bernard Trentelaer in een ouderwetschen „zorgstoel en studeerde. Op zijn knieën lag tenminste een atlas open geslagen en op dien atlas lag een boek, een „Beknopte Handleiding bij de studie der Aardrijkskunde".

Met weemoedigen blik bekeek Bernard Trentelaer de vette rups, welke de Rocky Mountains

Sluiten