Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vlammen, zijn hoofd in de wolken, die, als trotsche schepen door den heerlijken hemel boven de Groote Meren zeilen, zat in den „zorgstoel" Bernard Trentelaer, de erfgenaam van „Trentelaers Gecombineerde Confectie-bedrijven".

Het paarse licht werd vaal en grijs en verdween. Alleen de haard gaf nog wat licht.

Toen deed Bernard wat hij stiekum al lang van plan was. Hij sloot de oogen en deed een dutje, en droomde een gezellig droompje, waarin hem zijn vriend Wim Kluizenaars met goedmoedig blinkende brilleglazen verscheen en met een groote bas, waaraan hij met een plompen, breeden strijkstok donker dreunende tonen ontlokte. En door die tonen tevoorschijn getooverd, zweefden er spookachtige wezens af en aan, die plechtig en meesterlijk huichelend groote kruisen sloegen en in Gods naam veel geld verdienden, dat door heele scharen nietige en onophoudelijk zwetende mannetjes werd aangesleept in goed gesloten, zware koffers. En Wim Kluizenaars zong er een lied bij met zóó laag zoemende stem, dat het geluid van de begeleidende bas er, naar het scheen, heel hoog en ijl bovenuit kwam klinken. Het was het „Lied van den Homo Economicus":

Zij zaaien niet, maar maaien steeds

en vreten al het voer.

Sluiten