Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vocht en rheumatiek. Een man sprak met een anderen man over vechten en politiek. Er was een klok, die tikte, een fonteintje, dat lekte en een ziekelijk jongetje, wiens neusje werd gesnoten.

Mr. van Horst wachtte tot er een deur zou opengaan en de dokter: „Wie volgt!" zou roepen. Hij zou dan onmiddellijk opspringen en zeggen, dat hij niet ziek was, maar voor een „persoonlijk feit" kwam. — „Persoonlijk feit" vond hij nu wel juist niet de beste term, maar 't zou toch indruk maken. — Hij dacht aan Wim Kluizenaars den jongeren en wat die van zijn mooie vak, waar hij zich zoo voor uitsloofde, gezegd had. Hij dacht aan de groote brilleglazen, waar die jongen zich achter verschool en aan die blinkende tanden, die mr. Van Horst aan een roofdier deden denken.

En toen ging de deur open en er verscheen een soort verpleegster en die zei: „Wie volgt":

Mr. van Horst stond op. En toen stonden alle patiënten op, behalve een oud heertje met een zeere knie.

„Ik ben mr. Van Horst en ik moet vóór gaan," riep de leeraar.

„Ik ben professor Hanekam," zei het mannetje met de zeere knie. „En ik ga voor, want ik ben aan de beurt." En onder het goedkeurend gemompel der staande schare en geholpen door het hoofd-

Sluiten