Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De knappe journalist was sinds een maand een bijzonder groot bewonderaar van Bernards oom. En dat kwam, naar lastertongen beweerden, omdat hij sinds een maand een dommen zoon had. Die zoon was eerst een knappe zoon geweest, doch door de uitvinding van het buurtverkeer was hij op het idee gekomen, eiken dag een bezoek aan zijn meisje in Den Haag te brengen, wat goedkooper was dan naar Delft te gaan, waar hij eens een uitstekend student gebleken was. En nu meende de hoofdredacteur, dat zulke uitgebreide bedrijven, als waarvan meneer Trentelaer het meerendeel der aandeelen in zijn safe had liggen, een dommen zoon, die voor een maand nog een knappe zoon was, best gebruiken kon. Waarom wist hij niet, doch hij hoopte, dat meneer Trentelaer het wel weten zou.

Meneer Trentelaer wist echter niet veel. Andere menschen wisten voor hem. En als hij de eindresultaten van zijn bedrijven wist, wist hij genoeg.

Zooals gezegd, was hij een idealist, omdat men zonder idealen nu eenmaal niet rustig geld verdienen kan. Hij meende, dat hij de menschen gelukkig, althans gelukkiger maakte. En deze optimistische meening liet hij verkondigen in kranten door middel van advertenties en tusschen de sterren door middel van lichtreclames. En ook in de bioscopen brak zijn optimisme zich baan.

Sluiten