Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die daar vreeselijk veel verdriet van had. De man dronk namelijk niet, zooals meneer Trentelaer en de brave hoofdredacteur dronken, die hoogstens de hoogte konden krijgen en dan iets hartigs zouden eten om weer vastigheid te voelen. Stamvader Trentelaer dronk en als hij gedronken had, werd hij dronken en als hij dronken was, dronk hij verder en dan viel hij in slaap en als hij wakker werd, had hij weer dorst. Zoo dronk stamvader Trentelaer.

Toch zat er iets in dien ouden, dronken kleermaker. En dat kreeg op een dag ook zijn zoon Bernard, de vader van Bernard junior, die toen nog lang niet geboren was, in de gaten.

„Vader heeft gelijk!" zei hij tegen zijn moeder. Het arme mensch schrok, maar daar 's jongelings adem niet naar drank rook, kalmeerde ze eenigszins. Een dronkaard en een gek onder één dak is een huis vol.

Doch al was haar man een dronkaard, haar zoon was een goed zoon en geen idioot. Hij luisterde naar de woorden zijns vaders en onder die woorden waren verstandige woorden.

Stamvader Trentelaer, die kleermaker was, meende, dat de boeren, waar hij het Zondagsche pak, het trouwpak en het begrafeniscostuum voor maakte, gierige kerels waren. Hij vond het voorts een in-gemeene streek, dat de zoons trouwden in het

Sluiten