Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heette, bracht hem iederen middag zijn eten en hielp hem, als hij een steek had laten vallen.

En zoo ging het leven verder en geen mensch wist en zou weten, wat de groote Bernard in de groote stad, waarnaar hij met den inhoud van zijn varken en van zijn moeders varken heen getogen was, eigenlijk uitvoerde. Wel bleek, dat hij na eenigen tijd getrouwd was en wel met een jonge weduwe, die een groentenwinkeltje had.

Het was met de centen van die voormalige groentenvrouw-weduwe, die mevrouw Trentelaer werd, dat de groote Bernard die wonderen deed, welke zelfs den wat suffen schaapherder uit zijn schaapachtige droomen wakker deden schrikken en van zus Truitje tante Palmyra maakten, die nu nog maar steeds op den volmaakten butler lette, die al de vijfde flesch uit den kelder gehaald had.

Het duurde jaren, maar steen voor steen bouwde de groote Bernard een nieuwe wereld op. Een wereld, leelijker dan de oude, maar overzichtelijker en zoo tam, als de kudde schapen van zijn broer Hendrik. De wereld der confectie, van het vreedzame en zeer winstgevend communisme, dat van alle menschen burgermannen in colberts maakt.

Lang voordat Davids er zijn liedje op maakte, schiep Bernard Trentelaer senior den nieuwen

Sluiten