Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Doch God is barmhartig. Hij zendt de dronkenschap, als een straf voor hen, die onmatig leven, maar, als een zegen, voor hen, die hongeren.

Neen, u weet niet, wat dat is, dronken van den honger te zijn. Uw kennis van dronkenschap gaat niet verder, dan dat het brooddronken gepeupel is, dat revoluties maakt en de ruiten van confectiezaken en redactie-bureaux ingooit.

Doch ik ben dronken van den honger geweest. Dat is een kalme, droomerige dronkenschap. Men voelt zich licht, men voelt zich gelukkig; men voelt zich vrij.

En zoo, — vol van leegte, dronken van dorst, — kwam ik vanavond voor een open poort. Ik zag een huis met vele lichte ramen en ik moest aan den hemel denken. Ik zag een tuin. In het schaarsche licht gloeiden de diepe kleuren der herfstbloemen. En ik rook den geur van appels.

Ik ging door de open poort en meende door het Paradijs naar den Hemel te wandelen.

Doch toen hoorde ik uit de verte een stem, meneer de hoofdredacteur. De betoovering was verbroken. Ik dwaalde in een tuin, die geen paradijs was. Vóór me lag een huis, dat geen hemel was. Ik werd duizelig en stapte in iets nats en dieps. Ik zag goud om me heen zwemmen, groote stukken goud en gaf een schreeuw, want dat moest de Hel wezen.

4

Sluiten