Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

D e broodmagere redacteur was dus dood; het lieve meisje ging dood. Maar de brave mathematicus, hoe ziek ook, bleef in leven.

Van dit alles wisten Bernard Trentelaer en Wim Kluizenaars niets, toen ze hem op een middag na vieren kwamen opzoeken.

Ondertusschen was het begin Juni geworden. Bernard, die heelemaal niet van zijn land en alleen maar van den herfst hield, zag het leven, het land en de lente nu van een lichteren kant, ook al was hij op weg naar een zieke en stond het eind-examen thans op den drempel.

De zieke mathematicus, dr. Gerards, lag in een blauwe pyama met gele sterren te bed. Hij zag er nog lang niet goed uit.

Op een tafeltje stonden groote en kleine fleschjes met bruine, groene en kleurlooze vochten. Een vlieg, die had getracht langs een van die fleschjes omhoog te klauteren en van een streepje nattigheid geproefd had, lag nu op zijn dooie ruggetje. Een zonnestraal kietelde zijn pootjes.

„Zoo jongens," zei dr. Gerards, „dat is aardig.

Hij wreef zich in zijn skelet-achtige handen en vond het jammer, dat hij geen schoolbord bij de hand had om zijn beide trouwe scholieren nog eens even een mooi sommetje op te geven.

Hij wees hun een stoel. Zijn vrouw kwam binnen

Sluiten