Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en schonk hun een kopje thee in. Ze zei, dat ze het alleraardigst vond, dat ze haar man eens waren komen opzoeken, deed wat van het bruine vocht bij het kleurlooze vocht, gaf het hem te drinken en verdween.

„Een braaf wijf, zei de mathematicus geroerd. „Die heeft aan mij een dagtaak."

„U wordt toch weer gauw beter?" vroeg Wim Kluizenaars, die daaromtrent beter bij zijn vader had kunnen informeeren, die over het tempo van de beterschap een niet al te gunstige meening had.

„Wie weet het, jongen?" zei de mathematicus en eer hij het zelf wist, had hij het leven in cirkels en cijfers, in lijnen en limieten ontleed en was met een wis- en werktuigkundige beschouwing ervan begonnen.

De jongens luisterden eerbiedig toe. Al werd hun leeraar ook beter, dan zou het wel lang na hun eind-examen zijn, dat, — naar zij hoopten, — het einde van hun H.B.S.-tijd wezen mocht. En dit was dus de laatste les, die dr. Gerards hun geven zou.

„Als ik zeg, dat het leven een kruisi is, zullen jullie meenen, dat ik aan het preeken sla. En dat heb ik nooit gedaan.

Twee lijnen snijden elkaar, onze wil naar omhoog en de horizontale lijn, die men de sleur, de doorsnee, het gewone, noemt. —• De wereld is nu

Sluiten