Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zichzelf, hun ziel, hun middelpunt niet kennen. Er altijd even ver van verwijderd blijven en die hun eeuwigheid op aarde zoeken, die in dit gezapig, zelfgenoegzaam leven hun hemel genieten."

Toen kreeg Bernard een zondige gedachte, want hij moest denken aan zijn oom, die toch een braaf mensch en lid veler weldadige vereenigingen was.

Wim Kluizenaars luisterde met een aandacht, zoo groot, als hoorde hij den apostel Paulus het Evangelie verkondigen. En toch was het maar wiskunde.

„Het leven, jongens," vervolgde dr. Gerards, die niet van ophouden wist, „is een opgave, een som, een vorm, waar nul uitkomen moet, wil ze goed zijn. We moeten aan alles afgestorven zijn, als het einde daar is. Van ons wordt gevraagd, wat Christus van den rijken jongeling vroeg: alles wat we bezitten.

Ons leven is een breuk, met boven de deelstreep onze ware verdiensten, de simpele eenheden onzer persoonlijke waarde en beneden: onze aardsche neigingen, onze hebzucht, onzen hoogmoed, onze kleine, eerzuchtige neiginkjes, welke we ten onrechte bezitten en welke ons versplitsen, ons kleiner maken. Dat laatste moet allemaal gelijk aan nul worden, wil de eeuwigheid ons loon zijn. En het heeft me diep getroffen, toen ik op school voor het

Sluiten