Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Doch het eenige meisje, dat ooit lief tegen hem geweest was, was dood. Ze zou met hem geen Schubert-liederen meer zingen.

In de kerk was het zoo druk, dat Bernard achterin moest blijven staan.

Het was vreemd, maar onder de H. Mis moest hij voortdurend aan de jaren denken, toen hij nog een heele kleine jongen was, die onder de alomtegenwoordige leiding van tante Palmyra een flinke jongen worden moest. En denken moest hij ook aan den dag van zijn Eerste H. Communie, waarnaar hij maanden en weken verlangd had en hoe zijn tante hem er keer op keer van overtuigde, dat hij Onzen Lieven Heer ernstig boos gemaakt had, door zijn pap te laten staan, een gat in zijn kous te vallen of te laat naar huis te komen. En toen hij al deze zonden gebiecht had en Onze Lieve Heer Zijn toorn vergeten was, leefde hij in nerveuze onrust, dat tante Palmyra weer iets constateeren zou, dat die toorn weer kon op roepen. En den vooravond van den grooten dag, ging hij naar bed met veel tranen en in groote onrust, omdat hij zijn beker met melk door een onhandige beweging had omgegooid en het kindermeisje het aan tante vertellen zou, die het dan natuurlijk weer tegen Onzen Lieven Heer zou zeggen. En toen hij den volgenden dag in louter nieuwe kleeren, met een kraag, die niet kreuken

Sluiten