Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

men lief begint te krijgen, omdat men er geboren is en haar nu verlaten moet, is een weemoedig geluk, dat eens een schoone herinnering wordt.

Schoone herinneringen kunnen een leven rijk maken. Zelfs het leêge leven van een rijken jongeling, die geen ouders heeft, maar wel een tante, die al zijn ondeugden op haar duimpje kent en een oom, die niet weet, of hij schaap of schaapherder, geschorene of scheerder is, (want met al die vakbewegingen bedingen ze maar steeds hooger loonen) en welke oom daarom voortdurend rondloopt met een gezicht van de vermoorde onschuld en zijn neef niet anders begroet dan met zeer diepe zuchten.

Nog dieper zuchtte hij, toen dan de dag was aangebroken, dat Bernard Trentelaer naar Delft zou gaan. Doch tante zuchtte niet, was ongekend hartelijk, — ze had zelfs een paar werkelijk zeer goed gemeubileerde kamers voor hem uitgezocht en haar neef zeer dringend in de goede zorgen zijner aanstaande hospita aanbevolen, — en op haar gezicht lag een oolijke, maar tevens mysterieuze trek. — Shakespeare moet deze vrouw, althans de betovergrootmoeder dezer vrouw gekend hebben, toen hij de figuur van Lady Macbeth overpeinsde. — Zoo kon het passeeren, dat Bernard Trentelaer een heuschen zoen van haar schrale lippen te incasseeren

Sluiten