Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ach kom," repliceerde Wim kalm, ,,'t geld was goed besteed. Je vriend-met-den-flaphoed zal er geen Rolls Royce voor koopen om die tegen een boom in drie stukken en duizend splinters in elkaar te rijden."

„De kerel was een dief!" stoof Bernard op, hapte een sigaret tusschen zijn lippen en streek zooveel vuur uit één lucifer, dat de kop afknapte en tusschen de smeulende kolen op de kachelplaat terecht kwam, als stomme getuige van Bernards inwendige gesteldheid.

„Dieven, dieven!" zei Wim sussend. „Soms zijn het zigeuners, soms zakenlui. Zigeuners kunnen nog wel eens keurig viool spelen. De bedoelde zakenlui kunnen alleen naar hun geld laten fluiten en allen naar hun pijpen doen dansen."

„Wat bedoel je?!" snauwde Bernard en hij stond recht, als ging hij Willem tot een duel op de bloote sabel uitdagen.

„Ivar Kreuger, Stavitzky, Panamaschandaal," was het nuchtere antwoord, maar Bernard zei dien avond niet veel meer en als hij Willem nu en dan een sigaret aanbood, was het met het gebaar, waarmeê men een hond een afgekloven beentje toewerpt.

„En toch is weldoen een kunst," hield Willem vol. „Zelfs iemand een cigaret aanbieden is een kunst, die niet iedereen machtig is.

Sluiten