Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zeer positiefs in zijn bolle oogen, waaruit al het wit was geweken en die glansden, als rijpe boschbessen.

„Kerel, Trentelaer," zei hij en dronk zonder kuchen of gereutel een ouweklare tot den bodem, bestelde zonder eenig bij-geluid een nieuwe, nam een gebrand en zouterig nootje en streek over zijn keurig gekapt en feilloos gescheiden haar, „je hebt een groote toekomst. Wat alle jongelui in dezen grooten tijd missen, jij hebt het. En je hebt het genie, om het goed te gebruiken." — Hij maakte, als terloops en, als was verder commentaar eigenlijk overbodig, het gebaar van geld tellen. — „Ik ben bezig met een studie over wijlen je vader. Een Napoleon. Gewoonweg een Napoleon! Laat ze schelden op de kapitalisten. De druiven zijn zuur. —■ Die borrel is goed. •— Als er in deze rottige maatschappij nog iets goeds is, dan hebben we het aan die uitgejouwde kapitalisten te danken. En dat die Koningen nog steeds niet hun gezegend vertrouwen in de rumoerende massa verloren hebben, is een groot geluk."

En hij leende van Bernard een tientje, betaalde den kellner en gaf hem een vorstelijke fooi.

Zoo kreeg Bernard een nieuwen vriend en een frisschen kijk op zijn toekomst.

Wim Kluizenaars niettemin treurde niet. Overtuigde menschen treuren zelden. Hij studeerde en

Sluiten