Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

O p den vooravond van den dag, dat hij meerderjarig worden zou, begaf Bernard zich te bed met een hoofd vol heldhaftige en een hart vol barmhartige plannen. En toch tintelde er een onrust in zijn zenuwen, die weinig goeds voorspelde.

Het zoet bedrog der droomen had hem 's nachts vaak getroost.

Doch dit was de nacht voor het ontwaken. En van dit ontwaken stelde hij zich eigenlijk, ondanks heldhaftige gevoelens en barmhartige gevoelens, maar heel weinig voor. Het purperen puntje van Oom Trentelaers neus was het spook, dat hem verontrustte.

De wereld zou hij gaan hervormen, morgen aan den dag, doch het puntje van Ooms neus was purper.

Nog nooit had zijn oom hem over zaken gesproken en de man had in al zijn ,,buitenlandsche" reizen grif geloofd. Oom had borrels gedronken en had schapen geteld, doch de storm was opgekomen. Het was noodweer en wee hem, die zijn schaapjes niet op het droge had.

En toen begon de droom van Bernard Trentelaer, die natuurlijk begon met een stip, die eerst rood was, toen blauwig werd en vervolgens purper.

Die punt groeide en werd een groote neus en toen die neus gesnoten werd, vielen er vijf zonnen

Sluiten