Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en drie manen van den hemel in een kopje thee. dat de huisdame hem juist gepresenteerd had. En de opspattende druppels thee werden tranen. En er was een zon met een gouden bril op, die luidkeels lachte. Een maan met een bolhoed lachte meê. En toen kwamen ook de sterren naar beneden en de hemel werd één groote lichtreclame voor Trentelaers confectie.

In vele straten liepen vele menschen en ze lachten en ze praatten, ieder met een eigen gezicht en een eigen stem. Doch toen verscheen er een machtige trompet, — een scheepsroeper, zooals men op schepen en in jazzbands gebruikt, — en een stem riep, — niet dat dit het Laatste Oordeel was, — maar dat iedereen Tregeco-waren koopen moest. En toen werden alle straten één straat en alle menschen één mensch, een vaal en angstig wezen, dat vaak door een auto werd overreden en soms ook verdronk, dat, als het leefde, at in een glazen kooi aan een rond tafeltje op één poot. En wat het at, was niet gestoofd, niet gekookt, niet gebraden, en niet gebakken. Het was uit een groote machine gekomen en door geen handen aangeraakt.

Bernard zag het vale wezen eten met regelmatig gekauw. En het keek, zooals een visch kijkt. En men kon aan zijn verschrompeld voorhoofd zien, dat het tien jaar geleden opgehouden had te denken.

Sluiten