Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dansten, allemaal dezelfde jas aan. En de wind blies van alle hoofden denzelfden hoed af en toen schrok Bernard weer bijna wakker, want hij en de anderen waren maar teekeningen op een reusachtige schutting. En een diepe stem zei:

„Daar achter vergaat de wereld."

In Bernards hoofd ging een luikje open en een metselaar met veel stoppels op een breede kin zei: „We gaan staken."

En toen zag Bernard weêr het breede, lachende gezicht, dat zei:

,,Zóó gaat het ook. We hebben jullie niet noodig." En langzaam heesch zich van achter de schutting een steenen gedrocht overeind met niets dan glazen oogen. En de eene aannemer zei tot den ander: „Ga je meê rentenieren?"

Het werd weêr donker. En het was de diepe stem van Wim Kluizenaars weer, die zei:

„De film is kapot."

En toen het weer licht werd, zag Bernard een bioscoop-van-binnen vol kinderen beneden de veertien jaar, die baarden voor gedaan hadden, voor zoover het jongens, en hoedjes met voiletjes hadden opgezet, voor zoover het meisjes waren.

Doch omdat dit heelemaal geen zin had, werd Bernard wakker, streek een lucifer aan, zag, dat het half vier was, en tuurde door het raam naar veel

Sluiten