Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

leed den spot te drijven, waarop de Vereeniging tot Veredeling van het Vreemdelingenverkeer besloot er een hek omheen te zetten.

Hierop verscheen de gestalte van Oom Trentelaer, zooals hij in een clubfauteuil zat tegenover een heer met een nerveuzen trek in zijn onderlip. En Oom knikte maar en de meneer zei ook niet veel. Het eenige, dat Bernard hoorde in zijn droom, waren de woorden „hoogtepunt", „laagtepunt", „keerpunt" en „hoeveel?"

En om den hoek der salondeur verscheen het lange hoofd der huisdame, dat zei, dat ze slapen ging en of meneer om het nachtslot en zijn poeders denken wilde.

Langzaam kwam het plafond omlaag, zoodat de bezoeker opmerkte, dat het tijd werd eens te laten

witten. En Bernard droomde maar

Hij zag zijn oom en den bezoeker nu een verdieping hooger zitten. En er was een brandkast, die schudde van een inwendig lachen.

En weêr zei meneer Trentelaer niets en ook de bezoeker zei nog steeds niet veel. En weer kwam het plafond omlaag en de bezoeker zei:

„Roep er den loodgieter eens bij".

Vervolgens zaten beiden op den zolder. Er liepen muizen rond een slaperigen kater. En dikke spinnen voerden wulpsche sluierdansen uit.

Sluiten