Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bluft geluid over zooveel kwiekheid. En driftig sprak hij en keek neer op zijn neef, als een veldheer te paard, die een veldslag verloor, neerziet op de rest van zijn leger:

„Je bent nu oud en wijs genoeg, om te weten, wat er in de wereld te koop is!"

Neef Bernard keek achterdochtig omhoog en wist niet, wat hem gebeuren zou.

„Ik heb je vermogen beheerd, zoolang het er was".

„Dank u, Oom", zei Bernard onwillekeurig.

Oom maakte een breed en edelmoedig en als wegvegend gebaar:

Geen dank, mijn jongen, en tot je dienst."

En weer bleef het geruimen tijd stil, afgezien dan van het tikken van de klok en de horloges en de lof van het bronsgroen eikenhout.

Doch weêr was het Oom, die het woord opnam, waar het was blijven liggen:

„Zoo lang het er was, heb ik je vermogen beheerd. Je zal echter wel in de kranten gelezen hebben, dat we op het oogenblik in een tijd van crisis leven. En de beurs is erg onvast, heel erg onvast, heel, héél erg!"

„O, zoo erg onvast," zei Bernard geeuwerig.

„Zwijg, kwajongen," bulderde Oom. „Ik heb voor je geploeterd en gezwoegd. En mijn goede

Sluiten