Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over het weêr, dat voorbij was en het weêr, dat ging komen en over de crisis en het einde ervan, dat zij verloren meende in een nog schemerig verschiet.

„Zoo, zoo, zei Willem, die geen harmonica meer speelde, maar een baantje zocht, dat degelijker was.

„Heb je ooit zoo iets gehoord?" vroeg Bernard, die wat geprikkeld was, omdat Willem zoo nuchter deed.

„Ach ja, zei Willem, „dat is het einde van al die liedjes, maar de menschen kennen hun Bijbel niet meer."

„En wat nu?" vroeg Bernard, maar Willem bestelde eerst twee paar warme croquetten, omdat hij daar zoo van hield en men met een leege maag nog nooit tot een verstandig besluit gekomen is. En hij dronk eens van zijn koffie en trok eens aan zijn sigaar, streelde de kat en knikte eens tegen zichzelf in een spiegel tegenover hem.

Het was vreemd, maar dat alles stelde Bernard méér gerust, dan vele woorden hadden kunnen doen.

Doch toen de croquetten op waren, kwamen de woorden toch ook nog.

„Het ergste," zei Willem, „wat een mensch kan overkomen, — en dat zal je je nog wel uit je catechismus herinneren, — is, dat hij zijn ziel verliest. Men kan veel verliezen en blijven leven en je ver-

Sluiten