Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het Christelijk denken hebben gespeeld. Mijn in het voorgaande ontwikkelde bezwaar tegen de gangbare behandeling van de geschiedenis van het verzoeningsmotief door de geleerden van de negentiende eeuw gaat allereerst tegen het feit, dat men niet voldoende scherp de eigenaardigheid van het klassieke verzoeningsmotief heeft aangewezen, en evenmin voldoende gelet heeft op de rol, die dit motief feitelijk gespeeld heeft. Ik heb gepoogd te wijzen op enkele van de oorzaken, die daartoe hebben medegewerkt.

In de eerste plaats wil ik nu in zeer groote lijnen de geschiedenis van de Christelijke verzoeningsgedachte teekenen, zooals deze zich volgens mijn opvatting aan ons voordoet, wanneer het klassieke verzoeningstype de plaats mag innemen, die het rechtens toekomt. Tegelijkertijd wil ik met deze vluchtige teekening het plan motiveeren, dat ik voor de volgende uiteenzetting heb gemaakt.

Voorloopige schets

Overziet men de plaats van de verzoeningsgedachte in de kerk van den eersten tijd, dan is het duidelijk, dat het verkeerd is in de oudkerkelijke theologie een soort van tastend begin te willen zien van de verzoeningsleer, die zoo langzamerhand haar duidelijke ontwikkeling heeft gekregen in de middeleeuwsche scholastiek. Evenmin is er slechts sprake van een conglomeraat van verschillende, naast elkander staande disparate beschouwingen. In werkelijkheid vinden we onder alle verschillen een duidelijke en bepaalde grondbeschouwing, die het geheel beheerscht. In de kerk van den eersten tijd vinden we één eenig groot hoofdthema dat men voortdurend opnieuw aantreft, en dat is CHRISTUS-VICTOR, Christus als degene, die „de tyrannen", de aan God vijandige machten, zonde, dood en duivel bestrijdt en overwint. Deze trilogie van machten des verderfs is karakteristiek voor de kerk van den eersten tijd. Hierbij kan nu eens de eene, en dan weer de andere van die machten op den voorgrond treden. In het algemeen kan het hoofdthema optreden in een menigte van variaties. Maar de grondgedachte is één en dezelfde: de gedachte aan de goddelijke overwinningsdaad in Christus. Het verzoeningswerk wordt opgevat als een eenige, voortgaande, niet verbroken werkzaamheid Gods. Deze werkzaamheid Gods, die de machten des verderfs overwint, verbreekt tegelijk de rechtsorde. De verhouding tusschen God en wereld, die tot uitdrukking komt in het verzoeningswerk, is van dien aard, dat zij de lijst van de rechtsorde verbreekt. Deze verhouding kan niet bestaan binnen de categorieën van zoo'n rechtsorde.

Sluiten