Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

behoud; die steenen worden er thans veelvuldig teruggevonden. Met het oog nu op het troepenvervoer en de approviandeering besloot de veldheer Corbulo een gracht te graven, die den middenRijn, onzen tegenwoordigen Oude-Rijn, met den Maasmond verbond. Door het oostelijk gedeelte der huidige eilanden, die toen niet bestonden, kwam men voorts in de Oosterschelde. Deze gracht bestaat nog als Vliet, en in het midden ongeveer, bij Voorburg, op het buitengoed Arentsburg, vond Holwerda de resten van een aanzienlijk vlootstation.

Alle Romeinsche vestingen uit de eerste eeuw hebben de storm van 69 over zich heengekregen. Ontevredenheid over Romeinsche afpersingen, hoop op Gallisch vrijheidsverlangen, en op de buitlust der vrije Germanen, deed Julius (Claudius) Givilis, zelf Romeinsch officier, gebruik maken van den troonstrijd tusschen Vitellius en Vespasianus. Zich kwasi voor den laatste verklarend, lokte hij zelfs legioensoldaten mee in zijn opstand, die mislukken moest, omdat de grondslag wrak was. Het gecultiveerde Gallië kon niet de bondgenoot zijn van Germanen, die het wenschten te plunderen.

Van groote volksbewegingen over den Rijn was toen nog geen sprake, en de Romeinsche rijksorganisatie stond nog onverzwakt overeind. Givilis moest zich op de afgebroken brugeinden bij Nijmegen aan den veldheer Cerialis onderwerpen. Alleen de Friezen hebben kunnen profiteeren : men heeft het, nu geen Romeinsche vloot het Flevo meer bevoer, niet meer de moeite waard geacht hen weer te onderwerpen.

Rustig en bloeiend, naar het uiterlijk althans, lag het rijk in de tweede eeuw achter zijn grensposten langs Rijn en Donau, genietend van de Pax Romana, de Romeinsche vrede, naar binnen en buiten. Wat aan zijn grondslagen knaagde had nog geen beteekenis voor onze streken en kwam eerst in de derde eeuw aan den dag.

Sluiten