Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

III. De Hoeve

ZES honderd jaar en meer zijn verloopen sedert de schaarsche berichten der Romeinen ons veroorloofden, de geschiedenis dezer gewesten als het ware officieel te openen. Een afstand als tusschen Floris V en nu. En eerst op dit tijdstip, het einde der zesde eeuw, waag ik het de welbestuurde hoeve als grondslag der maatschappelijke orde te teekenen. Van den beginnen heeft de mensch in de natuur geleefd. De toestand waarin de vrije Germanen uit ons eerste hoofdstuk verkeerden, was daarvan niet principieel verschillend; het beter geordend bedrijf der onder zuidelijken invloed gevorderde Rijnsche stammen werd sedert het midden der derde eeuw te vaak geschokt. Eerst na het einde der Volksverhuizing mag men aannemen, dat de mensch ook op onzen bodem duurzaam met de natuur is gaan leven. Hier het huis, ginds de velden. Nauwkeurig volgend den gang der seizoenen, in wenschen en behoeften afhankelijk \an hunne gaven, onder regelmatigen, onveranderlijken arbeid en altijd gereede huiselijke rust, groeien de geslachten met hun bestaansvorm samen, eeuwen achtereen. Nogmaals zes en een halve eeuw zal het duren, dat de boer de type van den mensch is, dat landbouw en dagelijksch leven haast samenvallen. Dan, na het tweede deelpunt onzer geschiedenis, verschijnt de burger, die spoedig den boer opzij dringt.

Het was een psychologische noodzakelijkheid, dat in een zoo volmaakt geordend leven een sterke behoefte ontstaat aan afwisseling. Tusschen de werkdagen verheft zich het hoogij, de feestdag, ook die trouwens ingevoegd in de natuurlijke orde. Aan een weekindeeling met vasten sabbat heeft het landleven geen behoefte. Werktijd en rusttijd worden er door de eischen en mogelijkheden van het bedrijf van zelf aangegeven. Zoo ontstaat

Sluiten