Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zich zelf een klein kunstwerk te maken, eischt meer kuituur, meer gemak en vooral eenig mysterie. Het beetje poëzie, dat voor die menschen bereikbaar was, bloeide onder de koestering der stralende feesten. Wat een feest is, weet alleen wie aan een streng plichtenleven is gebonden. Wat het voor die tijden was, kunnen wij nauwelijks meer aanvoelen. Daar ging de door de heele omgeving gesteunde vreugdesuggestie van uit, die alle dingen glans verleent, die den vloek van het dagelijksch brood een oogenblik ophief. Daar kwamen alle gevoelskiemen open, die latere eeuwen rijk zouden maken. Het gemoed dezer menschen richtte zich er naar als een uurwerk naar den slag van de kerkklok.

Overigens was het leven enkel realiteit. Werktuigen werden gehanteerd, dingen bewerkt, voorwerpen afgeleverd. Het leven verliep van ding tot ding. Geen ingewikkelde berekening onderbrak de tastbare zakelijkheid. De onontkoombare abstracties, gevoel, plicht en recht, waren zoo spijkervast geregeld, dat ze versmolten met de personen en voorwerpen, waarop ze betrekking hadden. Er was geen ouderliefde, er waren kinderen; er was geen verantwoordelijkheid, er was boete. Bloedverwantschap bepaalde plicht en gevoel automatisch. Zoodra een pasgeboren kind zoo hard geschreeuwd heeft, dat men het aan de vier muren van het huis hoorde, is het familielid en erfberechtigd, kan het onmiddellijk hulp eischen of voor zich doen eischen van eiken twintig mijl ver wonenden achterneef. Voor het besef dier tijden is iets abstracts zonder stoffelijke vertegenwoordiging nog niet denkbaar. Een kinderlooze mag zijn goed vergeven zoolang hij nog de kracht bezit zich zonder hulp aan te kleeden en drie bijlslagen in een boom te doen. Maar dat was eigenlijk voor den gewonen man; de meer aanzienlijke, krijgshaftige, bewees zijn zelfbeschikkingsrecht door te paard te stijgen. De kippen mogen zoover over de grenzen van het eigen erf loopen,

Sluiten