Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als de huisvrouw, terwijl ze in de deur staat, een ploegijzer tusschen haar beenen door kan werpen. Hokken en schuren moest men zoo ver van buurmans grond afbouwen, als een veldhoen in één vlucht aflegt. Twee nieuwe nederzettingen bepaalden hun grenzen daar, waar twee mannen, een van eiken kant, elkaar ontmoeten.

Het is een opvatting, die gaarne verband legt tusschen rechten en lichamelijke vermogens. Doch even vaak vindt men eenvoudige afmetingen aldus bepaald. Bijvoorbeeld: zoover een rood schild zichtbaar is. Een weg moet zoo breed zijn, dat een ruiter met over het zadel gelegden speer de boomen niet raakt, een gerechtsplaats zoo ruim, dat een wagen er kan keeren. Het kleinste grondbezit moet nog zoo groot zijn, dat er plaats is voor een wieg met een stoel ernaast voor het meisje, dat op het kind past. Dit laatste is natuurlijk niet zonder symboliek. Er bestaat een neiging, minima juist niet exact te bepalen, maar zoo, dat een redelijke opvatting zooveel mogelijk speelruimte krijgt. Een brood moet zoo lang zijn, dat het van den grond af zooveel boven de knie uitsteekt, als een herder voor zijn ontbijt noodig heeft. Een zeker plekje moet zoo groot zijn, dat een gans er met haar jongen op kan zitten. En zijn de nog lang gebruikte maten " voet vaam ", " el " ook niet ietwat onbepaald ?

Ook in de hoogere regionen van het recht doet zich de behoefte aan aanschouwelijkheid gebiedend gelden. Wil men een vonnis onherroepelijk maken, dan werpe men bij het opstaan de banken om. Wie tegen een inbreuk op zijn rechten protesteert, doet dat natuurlijk dadelijk, daar uitstel als aarzeling en onzekerheid wordt opgevat. Het kan nu echter gebeuren, dat gij niet ter plaatse waart; uw erfaanspraken liggen misschien dagreizen ver, en gij waart niet aanwezig bij het overlijden van uw bloedverwant. Dat wordt als exceptie aanvaard, mits het blijke, dat gij aan tafel gezeten toen de tijding kwam, uw mes niet hebt afge-

Sluiten