Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weliswaar niet opstellen. Maar de verkondiging van het Christendom overtreft in beteekenis vele malen die uiterlijkheden. Onze voorouders waren nu opgenomen in de Europeesche kuituurgemeenschap.

Bracht de Frankische techniek geen nieuwigheden, de sierkunst deed dat wel. Die onderscheidt zich door twee kenmerken: het veelvuldig gebruik van goud en dat van een fantastisch ornament, eigenlijk dierfiguren, maar zóó gestyleerd, dat een gewoon mensch er geen beest meer uit herkennen kan. Beide kenmerken zijn volgens Holwerda door de Goten uit Oost-Europa naar deze streken ingevoerd en door de Franken van hen overgenomen. Het dierornament is voor de ontwikkeling van de ornamentiek van groote beteekenis geweest.

De heuvel van Nijmegen, de sleutel van de Delta, die de eerste stad op Nederlandschen bodem gedragen heeft (zie Hoofdstuk I bladzijde 12) vertoont ook het eerste bouwwerk van beteekenis in zijn resten nog aan ons: de achtkantige hofkapel bij den palts (koningsburcht). Het gebouwtje laat niet alles zien, wat die tijd, wel te verstaan met Italiaansche werkkrachten, vermocht; maar toch wel den algemeenen geest. In zijn geslotenheid en zwaarte heeft het iets vestingachtigs, dat een kerk toen noodig had. Niet zelden was zij de eenigste zware versterking in den omtrek. De achtkantigheid der Nijmeegsche kapel neemt aardig het logge weg en geeft het zelfs iets vriendelijks.

De palts te Nijmegen was een dier versterkte residenties, waaruit de koningen een streek overzagen en tot zekere hoogte in bedwang hielden. Aan zijn voeten lag het veroverde Friezenland, gelijk men het noemde, hoewel er lang niet enkel Friezen woonden, en meer naar rechts dat der eindelijk bedwongen en bekeerde Saksers. Op welke wijze heeft de koningsmacht zich

daar doen gelden ?

Van zelf sprak, dat des konings vertegenwoordiger, de graaf,

Sluiten