Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Den Rijn opgaande bereikte men den Elzas, die wijn, graan en hout uitvoerde. Het ruilproduct was inlandsche wollen stof en barnsteen. Den Rijn af, langs Utrecht en Muiden, voerde de weg door de wadden naar de stad Sleeswijk en verder naar Skonen en Zweden. Wollen stoffen gingen erheen, pelswerk en traan kwam er voor terug. Er was geen stad in het geheele Noorden die zich in beteekenis met Dorestad kon meten. En toch schijnt het geen stad geweest te zijn, althans geen groote. Op goede gronden neemt men aan, dat de schippers langs den (nu krommen) Rijn, de vaart in handen hadden.

Ten tweeden male — zoo er althans een volkomen onderbreking heeft plaats gehad — waren dus de Rijnmonden de zetel van een internationaal scheepsverkeer. Schiep de ligging de voorwaarden voor den handel, de eigen scheepvaart, die geenszins daarvan onafscheidelijk is, berustte op het kapitaal aan ervaring en bedrevenheid, dat de bewoners van ons waterig vaderland in hun omgeving verzamelen konden. Zoo menig punt is gunstig gelegen als plaats voor ontmoeting en overlading, zonder dat er zich een handelsmetropool ontwikkelt. Dat dit telkens weer in onze gewesten geschied is, moet, dunkt mij, voor een niet gering deel aan het voorhanden zijn van dat kapitaal aan ervaring en bedrevenheid toegeschreven worden.

Doch roem is niet altijd voordeelig. Het gerucht van Dorestads rijkdom lokte de Noorsche plunderaars, die bij de inzinking van het gezag in het Frankenrijk gedurende de 9de eeuw bijna ongehinderd uitgestrekte kustlanden verwoest hebben. Dorestad is er tenslotte aan te gronde gegaan.

Slechts enkele woorden over de burgeroorlogen in en de verdeelingen van het Frankenrijk. Italië, Duitschland en Frankrijk zijn sedert het verdrag van Verdun (843) eigen wegen gegaan. Noordoost Frankrijk, het Rijnland en de Nederlanden, Vlaanderen uitgezonderd, vormden het hertogdom Lotharingen, dat

Sluiten