Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meen in het westen, heeft de slavernij nooit een groote rol gespeeld. Ze was reeds door het colonaat verdrongen. Exploitatie van afgelegen goederen viel moeilijk te controleeren. Het beste was, die goederen uit te besteden aan een ter plaatse aanwezige, doch zoo, dat men nooit het eigendomsrecht er op verloor en altijd de macht in handen hield. Het beneficium bezat al die voordeelen; het was altijd een " weldaad " geweest, die men strikt genomen ieder oogenblik kon terugnemen. Men kon de conditiën zelf bepalen, vond voor de handhaving steun in de openbare meening en had nog aanspraak op een zekere hulde, waardoor het maatschappelijk aanzien van den patroon toenam.

De ironie van het lot heeft het gewild, dat deze meest veilige wijze van uitbesteding de meest onveilige geworden is. Dat lag juist aan de algemeenheid der toepassing. Het werd op het laatst een doodnuchtere verhuring, die door eeuwenoude traditie als onopzegbaar werd beschouwd. De begunstigde, aanvankelijk rechtloos, was juist daardoor zoozeer het voorwerp van zedelijken steun der publieke opinie geworden, dat hij feitelijk niet meer was weg te krijgen, terwijl zijn verplichtingen vastgesteld waren en dus op den duur geen waarde meer vertegenwoordigden. Want alle nominale munt wordt in den loop der tijden gedeprecieerd.

Het was dat systeem, dat de Middeleeuwsche rechtsopvattingen beheerschte, en daardoor vanzelf ook politieke beteekenis moest krijgen. Wat ervan terecht kwam, toen de begunstigde graven ook hoogheidsrechten, dus macht, ter leen ontvingen, laat zich denken. Men krijgt echter den indruk, dat de sympathie der bevolking gewoonlijk aan de zijde van de plaatselijke machthebbers stond. Zij voorzagen klaarblijkelijk in de behoeften dier tijden. Alleen wanneer zij hun macht voor onsociale doeleinden gingen gebruiken, zooals voor struikroof en kloostersplundering,

Sluiten