Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waren nog hun bisschoppen, die voor hen opkwamen, zij zelf konden dat nog niet.

Symptomatisch en belangrijk is ook de geschiedenis van Robert den Fries.

Een minderjarigheid van den jongen Hendrik IV stelde den Duitschen regentschapsraad in staat, Holland aan den bisschop van Utrecht te schenken, voorloopig echter nog op papier. Maar in 1069 erfde Godfried de Bultenaar de goederen zijns vaders, des Baardigen, dien men, ten slotte, met het lang begeerde Neder-Lotharingen gewonnen had. De jonge hertog was, en is levenslang gebleven, een krachtige steun voor de koninklijke regeering. Hij nam in 1071 Holland werkelijk in bezit. De gravin-weduwe echter was hertrouwd met Robert, gezegd den Fries, jongeren zoon van den Vlaamschen graaf, en door dezen beleend met Zeeland. Toen nu in 1070 zijn vader stierf, ontstond er een merkwaardige beweging in Vlaanderen. De graven hadden tot nu toe gewoonlijk vertoefd in de zuidelijke, Fransche gedeelten van hun gebied. Geweldige feodale heeren als ze waren, — Boudewijn V heeft vijfjaar lang Frankrijk als voogd van Philips I geregeerd, — hadden ze geen oog voor de krachten der toekomst. Die sluimerden juist in het Germaansche noorden. Daar, in het zoogenaamde Zee-Vlaanderen, had de met Friesche elementen vermengde bevolking, dank zij het drassige land, een groote mate van vrijheid weten te bewaren. Waterkeeringen vereischen zorg van zelfstandige mannen. Ook in Holland en Friesland vond men geen hoorigen. Die bevolking nu was verbitterd over pogingen, hen te feodaliseeren. En dat, terwijl in hun midden de stad Brugge reeds een handelsstad van belang begon te worden. De kooplieden en vrije boeren wenschten een graaf naar hun gading. Robert, broeder van den afgestorvene, bood zich als zoodanig aan; inderdaad een zeer verziend man. Om zijn vaandel verzamelde zich het jonge Vlaanderen,

Sluiten