Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De adel, waarvan wij tot dezen spraken, was de grafelijke en allodiale, op eigen grond levende adel; de stand der " heeren ", zooals de Egmonts en Brederodes, is nog pas in opkomst. Zooeven ontmoetten wij er een op weg naar de toekomst : den schout van Muiden, den door den keizer zelf tot een macht in het Sticht verhevene. De allodiale adel van de negende tot de elfde eeuw draagt een meer landsheerlijk karakter; het zijn grootere of kleinere " vorsten Van den investituurstrijd hebben zij ijverig gebruik gemaakt om, als bondgenooten en werktuigen der pausen, het keizerschap te ondermijnen. Graaf Robert de Fries, een der machtigste, was ook een bijzonder groot vriend van Gregorius VII, met wien hij druk gecorrespondeerd heeft. Was die houding der vorsten onverantwoordelijk uit een wijder gezichtspunt? Ik geloof het niet. Orde houden konden de vazallen ook en beter dan de koning. Wil men weten wat met den glans der Saliërs en Hohenstaufen verloren ging, dan lette men op de daden dier keizers, die een tijd lang werkelijk de baas waren, in Italië zoowel als in Duitschland. Bijvoorbeeld Hendrik VI (1190-98). Toen die geweldige heerscher alles tusschen Eider en Ionische zee aan zijn voeten zag, den paus inbegrepen, ging

hij het Byzantijnsche rijk veroveren. Een plotselinge dood

alleen heeft hem belet, de beste krachten zijner staten aan een onzinnig doel te besteden, waarvan de verwezelijking hem belet zou hebben, zijn plichten in zijn vaderland behoorlijk te vervullen. Men kan het den localen vorsten waarlijk niet kwalijk nemen, dat zij zich liever wijdden aan hun hoogst gewichtige taak, de ontginning van hun naaste omgeving. Het belang van die taak, versterkte natuurlijk in hooge mate hun individualisme, waarvan onderlinge oorlogen de schaduwzijde vormden.

Tegenover dat zich-uitleven der natuurlijke persoonlijkheid verhief de Kerk haar hooge vermaning : de zelfvernietiging tegenover God. Het lag reeds in haar wezen, het persoonlijke

Sluiten