Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

macht hebben, deze rechtsverhouding te verbreken. Dat laatste is het, dat hen tot onvrijen stempelt. Dit systeem, uit de mogelijkheden en behoeften dier eeuwen van zelf opgegroeid, maakt een hoogeren vorm van bodemexploitatie mogelijk, dan de vrije hoeve. Nu kon een grooter oppervlak ontgonnen worden. Een economisch bedrijf vereischt veel moeite, eer het winst gaat afwerpen. Voorbereidende werkzaamheden moeten worden verricht, werktuigen aangeschaft of vervaardigd, grondstoffen aangevoerd; de producten moeten gereed gemaakt worden eer men ze kan gebruiken of verkoopen. Dat alles vereischt arbeid. In de huidige maatschappij huurt men de arbeidskrachten en koopt de werktuigen en grondstoffen; het daartoe benoodigde geld heet " kapitaal ' (letterlijk " de hoofdzaak "), omdat het de " hoofdsom " vormt, die de rente moet opbrengen. In de tiende of elfde eeuw was er nagenoeg geen geld in omloop, " kapitaal " was echter evengoed noodig, namelijk een hoeveelheid arbeid. De grondheer beschikte daarover. Hij bezat dus datgene (namelijk de arbeidskracht) wat een moderne ondernemer moet koopen (in den vorm van loon direct aan zijn eigen arbeiders, of indirect aan de arbeiders, die zijn machines vervaardigd hebben). De eigenaar van de froonhoeve was dus kapitalist, hoewel zonder bankpapier of specie, en zijn bedrijf zou kapitalistisch kunnen heeten. Men reserveert dezen term echter voor dien vorm van bedrijf met kapitaal, die voor de markt werkt. Dat doet de froonhoeve nu niet. Men heeft een deel van het overschot weliswaar verkocht, n. 1. ingeruild tegen weeldeartikelen. Maar dat was bijzaak. Het hoofddoel van het bedrijf was nog onderhoud van den heer en zijn vazallen en hoorigen.

De froonhoeve is dus het eerste grootbedrijf in deze streken. Haar " kapitaal " bestaat uit arbeidskracht en levensmiddelenoverschot, haar " rente " uit nieuw ontgonnen terrein. Om gronden te ontginnen moest men een tijd werken zonder te oogsten.

Sluiten