Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nooten zoo goed begrepen aan de nieuwe stedelijke beweging als de eisch tot exemptie en immuniteit, het laatste tegen vaste giften of giften ineens aan den graaf.

De nieuwere nederzettingen hadden dus veel voor op de -oopmanskolonies in of naast de bisschoppelijke steden. Want waren de bisschoppen en abten ook uitstekende feodale heeren, tegenover de commercieele beweging stonden ze altijd stijf conservatief. Hier kwam uit, dat ze met al hun macht toch geen echte landsvorsten waren. Een graaf kon ook in de nieuwe vormen regeeren, een bisschop niet. Het moest immers wel een heel hoogstaand man wezen, die groote onmiddellijke belangen

een deeI van het landsheerlijk gezag! — wist op te offeren aan voordeelen, die aan vreemde opvolgers ten deel zouden vallen.

De positie der bisschoppen was door de investituurkwestie geheel gewijzigd. Feitelijk benoemd door den clerus en den adel van hun diocese, behoefden ze de geestelijke bevestiging van den paus en de wereldlijke van den keizer. Wie in zijn graafschappen erkend werd, kon desnoods de laatste wel missen; zonder de eerste kon men geen geestelijke functie verrichten. Men was dan geen bisschop, doch elect, en moest een wijbisschop naast zich hebben. Dat is wel gebeurd, maar het ging altijd heel lastig; de kerk was een veel gevaarlijker vijand dan welk vorst ook. De candidaat nu, die zijn omgeving en den paus voor zich had, was - on ne peut contenter tout le monde et son père — allicht minder gezien bij den keizer. In de onophoudelijke twisten tusschen de beide theoretische hoofden der christelijke wereldwaren de bisschoppen bovendien zedelijk verplicht de zijde van den paus te kiezen, zoodat de oude goede verstandhouding der keizerlijke kerk " geheel verstoord werd.

Dat kwam aanvankelijk den steden ten goede. Wij zagen reeds hoe Hendrik V de stad Utrecht oproept als waarborg voor de trouw haars bisschops, haar daarmede als zelfstandige groot-

Sluiten