Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daarvan met zijn tijd meegaand. Hij was het die den Hollandschen graaf Diederik VI, met een schare geestelijken tegemoet trad en onder bedreiging met excommunicatie op de vlucht dreef. Hij was het ook, die de prefectuur (burggraafschap) van Groningen en het kasteleinaat (dito) van Coevorden volgens de meer en meer gebruikelijke methode aan familieleden in handen speelde. Dat geheel Drente daarmee voorgoed voor het Sticht verloren ging, deerde hem natuurlijk weinig.

Holland moet intusschen gestadig vooruit gegaan zijn. Van belang voor de toekomst was de personeele unie met Zeeland. Het noordelijk deel van dit gewest was nog bezig aan te slibben.' Het belangrijkste, Zeeland bewester Schelde, dus Walcheren en Beveland, was door Vlaanderen aan Holland in achterleen gegeven. Wanneer deze van Vlaamsch standpunt ernstige fout gemaakt werd weten we niet. Het kan dunkt mij niet zoo laat gebeurd zijn als sommigen meenen; eer in een tijd, toen het Vlaamsche hof nog niet zoo overwegend economisch georienteerd was als in de twaalfde eeuw. Ik vermoed, dat Robert de Fries het gedaan heeft, die immers zelf Zeeland als apanage gekregen had en het zeer goed aan zijn stiefzoon Diederik V gegeven kan hebben, toen hij V laanderen verwierf. Want hij was wel kandidaat der vrije Vlamingen maar toch nog ridder genoeg om zonder precies inkomsten te becijferen een royaal gebaar te maken, dat geheel in den stijl dier tijden lag. Zijn opvolgers hebben in ieder geval al spoedig spijt gehad. In 1167 - een vijand in den rug was lastig — ,s de zaak voorloopig geregeld. Zeeland zou een condominium worden, dat wil praktisch zeggen, dat de beide graven de opbrengst verdeelden. Het hoog appèl zou echter te Brugge zijn en de V laamsche kooplieden zouden tolvrijheid genieten. De Hollandsche graven hebben zich bitter weinig aan deze bepalingen gestoord. Hun positie in Zeeland schijnt daar populair geweest te zijn; vermoedelijk gevoelens van kameraadschap in

Sluiten