Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ONTPLOOIING DER MIDDELEEUWSCHE CULTUUR

WIE in een klooster ging, werd ondersteld dit te doen uit liefde tot God. Elk ander motief, zelfs zorg voor eigen ziel, was eigenlijk te verwerpen. In de praktijk stonden de zaken echter gansch anders. Het klooster was niet alleen de toevlucht voor alle bedrukten van hart, het was ook openlijk en uitgesproken het onderkomen voor jongere zonen en ongehuwde dochters uit de hoogere standen. De talrijkheid der monnikenorden en nonnencongregaties bewijst niet, dat de Middeleeuwen " une longue prière " waren, zooals Léon Blois gelieft te oreeren; ze bewijst slechts haar onvoldoende techniek en haar daaruit voortkomende overbevolking. De kolonisatie van het Duitsche Oosten valt in denzelfden tijd en is een parallel-verschijnsel.

Deze materieele ondergrond van het Middeleeuwsche kloosterwezen verklaart voorts zijn bederf. Het heeft der Kerk nooit ontbroken aan een kern van ernstige, rechtschapen mannen, die haar hoog doel poogden te verwerkelijken. Doch haar streven kon slechts weinig succes hebben, zoolang de groote meerderheid harer dienaren uit wereldsche motieven, althans niet door religieuze, tot haar gedreven werden. Daarom is haar bederf begonnen met de twaalfde eeuw en heeft het in den aanvang der zestiende zijn hoogtepunt bereikt, terwijl het plotseling geëindigd is in de tweede heft dier eeuw, toen de manufactuur (het handwerk, grootbedrijf) in staat werd een grooter aantal menschen te voeden.

Maar, zal men wellicht vragen, bestond die overbevolking, die wanverhouding tusschen verbruik en productie, dan alleen

X. Kerk en Kunst

Sluiten