Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijden wendt, al dadelijk heel iets anders dan een ruimte, omdat er " gang " in zit. Zijn er nu ook nog zijbeuken, dus twee smallere galerijen, die met het schip in doorloopende verbinding staan, dan moeten er pilaren of zuilen zijn met kapiteelsverbindingen om de bovenmuren te dragen, wat het gemakkelijkst gaat in boogvorm. De opeenvolging dezer bogen en pilaren wekt den indruk van " gang " sterk in de hand. En daar ze natuurlijk alleen aan de beide lange zijden staan, scheppen ze tusschen de lange en korte een opvallend verschil, waardoor de idee " langwerpige ruimte " geheel verdwijnt, en die van " opgang tot het altaar " zich opdringt. Dat geeft dan heel natuurlijk aanleiding tot een versterking der altaarpartij, eerst door een triomfboog en verder door de toepassing van de kruisfiguur in het grondvlak, die het allerheiligste, hoewel doel en einde, toch weer ook middelpunt maakt. Een geniale gedachte !

Aan den buitenkant breekt het hoogteverschil tusschen schip en beuken het muurvlak, terwijl de verhooging der koorpartij en het aanbrengen van torens den indruk " strekking " wekken. Zoo is de oude basilikale kerk een levend organisme in haar fundamenteele structuur, de natuurlijkste en heerlijkste beweging in steen, die denkbaar is.

Ware het schip van den Utrechtschen dom niet in de zeventiende eeuw door een orkaan verwoest, dan bezaten we een mooi oud voorbeeld van een Romaansche kathedraal. Thans moeten wij ons naar het zuiden wenden : de Onze-Lieve-Vrouwen-kerk te Doornik, kapittelkerk van het gelijknamig bisdom, dat toen Vlaanderen omvatte. De bisschop, suffragaan van den aartsbisschop van Reims, bezat een klein grafelijk territoor, en stelde er een eer in, zijn zetel door een aanzienlijke stichting te doen blinken. In het midden der twaalfde eeuw verrees het schip met de beuken, tegen het einde de transsept. Boven de kruising verheffen zich een zware midden- en vier slanke hoektorens. Het koor is

Sluiten