Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tijnsche hiëratiek. Echte menschelijkheid is op hun gelaat doorgebroken, doch slechts in één vorm daarvan : de mystieke vervoering. Uit het opgeheven gelaat van den wereldbeheerschenden Christus, die onder de rijk en toch overzichtelijk versierde bogen van een der smalle zijden zetelt, straalt een plechtig volzijn van de ondoorgrondelijke waarheid, die hij zelf is; een treflFende uitbeelding van het begrip openbaring. De Maria aan de andere zijde, die onder haar kroning het hoofd met een diepe smartelijke trek terzijde buigt, is niet de Madonna dergenen, die het lijden prediken, maar die het religieuze ondergaan. De kern van het Christendom heeft geen volmaakter plastieke uitbeelding gevonden dan in die twee figuren. Terzijde: de bogen van dit kastje zijn geen kopie van die der Romaansche kerken. Ze zijn op een derde van hun omtrek afgebroken, en boven de beide einden verheft zich een iets spitsere. Dat is de figuur van den drieslag met symbolische beteekenis, die in de Romaansche periode meermalen op den vorm van de apsis (koorpartij) wordt toegepast; zooals ook aan de kathedraal te Doornik in haar ouderen vorm. Het deksel van het kastje heeft vier naar elkaar toeloopende vlakke zijden, twee lange en twee korte en dus een kam met voor en achter twee schuine ribben; alweer geen kerkvorm. Die lijnen zijn afgezet met een prachtig staand ornament: dubbele voluten, dus een stengel met twee terzijde ombuigende takken en daarboven twee naar elkaar toebuigende, waartusschen kleine zijtakken; de vorm van elk ornamentstuk is een liggende rechthoek. De breedte en duidelijke nerventeekening der takken is toch wel

weer echt Romaansch.

Het koperen doopbekken in de St-Barthélémy te Luik, rustend op stieren, die hun kop ver onder den rand uitsteken (naar het bijbelsch model van I Koningen V II 23-25) is versieid door een rondloopend tafereel van den doop van Jezus, huldigende engelen en onverschillig wegloopende Farizeeën. De sterk

Sluiten