Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maar krachtig de taai. Wat zouden vele moderne schrijvers niet gegeven hebben, indien ze zulk een kracht vermochten uit te drukken ! Toch zijn forschheid en flinkheid de wereld niet uit. Maar wij hedendaagschen zijn ons even klaar bewust van onze deugden als van onze gebreken. In plaats van de spontane uiting komt altijd het weigeweten effect. De middeleeuwen waren te eenzijdig en te kortzichtig om zich zelf te zien. Hadden ze kracht willen uitdrukken, het ware hun evenzeer mislukt.

De beide latere genres, de Britsche en Oostersche roman, gelijk men pleegt te zeggen, staan geheel in het teeken der ridderlijkheid. Het zijn avonturenreeksen, gevechten en galanterieën, in de eerste rubriek meer feitelijk, in de tweede meer sentimenteel behandeld. De aantrekkelijkste momenten zijn die, waar de zwervende ridder op een kasteel ontvangen wordt. Men ontlast hem van zijn wapenen ; schoone meisjes helpen hem in het bad. De tafel wordt opgedaan, d.w.z. de schragen neergezet en het blad met spijzen daarop geplaatst; geheel ontkleed legt zich, ten slotte, de ridder te bed. Inmiddels pleegt de dochter des huizes voor hem te ontgloeien. Zoo ze den morgen afwacht biedt de vergier (boomgaard) schoone gelegenheid tot nadere kennismaking, waarbij de gedachte aan de geliefde, in wier « dienst » hij zich begeven heeft, den ridder wel eenigermate belemmert.

Maar of het nu minnarijen zijn, waar de dichter van spreekt, of scherpe gevechten, de toon blijft altijd zorgeloos blij. Het is de lichte droom van een bevoorrechte klasse, waarin haar verbeelding haar naïef egoistische idealen verwerkelijkt. En juist dat genot- en gelukzuchtige, juist het onwezenlijke van de scheidingen, gevangenschappen en verdere liefdesbeletselen der helden en heldinnen, heeft deze geprononceerde klasseliteratuur een talrijk publiek bezorgd bij de burgers der steden, die gedurende de geheele veertiende en vijftiende eeuw niet zich zelf, maar hun maatschappelijke vijanden als romanideaal genoten. Immers

Sluiten