Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

telkens tot afwijking van die beginselen. De edelen, die in de omgeving van den vorst vertoefden, worden van 's graven raadslieden meer en meer tot 's graven raad, een min of meer officieel college, hoewel wisselend van samenstelling en niet noodzakelijk meer geheel adelijk. Clercken (1), dus geestelijken, voor schrijfwerk gebruikt, verwierven door hun zakenkennis niet zelden invloed. Sedert de dertiende eeuw zet die beweging in.

Een drietal feiten van beteekenis vallen binnen de periode 1210-1260. Teneerste het sneuvelen van bisschop Otto van Utrecht, met vele ridders, bij een poging om zijn gezag in Drente werkelijk te doen gelden. Bij Ane, aan de Overijselsche Vecht, op weg naar het slot Coevorden, waarvan de kastelein zich de erfelijke heerlijke rechten over het gewest had aangematigd, bleef hij in de veenmoerassen steken (1227). Drente bleef onafhankelijk, een nog oud-Germaansch hoevenaarsland. Ten tweede heeft graaf Willem I van Holland, de pauselijke tegencandidaat tegenover keizer Frederik II van Hohenstaufen, zijn korte en schaarsche macht toch nog gebruikt, om de vrije rijksstad Nijmegen aan Gelre te verpanden, waaraan wij het waarschijnlijk te danken hebben, dat de stad Nederlandsch is (1247). Het derde feit is een episode uit de eindelooze twisten tusschen de stad Groningen en de Friesche Ommelanden (dus het Groningsche platteland). De inneming der stad in 1251 heeft haar groeiende machtspositie niet kunnen knakken; integendeel wist zij bij deze gelegenheid den zoogenaamd bisschoppelijken, feitelijk onafhankelijken prefect kwijt te raken. Vlaanderen is gedurende de geheele dertiende eeuw aan de koninklijke opperhoogheid onderworpen en betaalt wat de Fransche ambtenaren weten los te krijgen. Over Zeeland bewester Schelde kibbelden de graaf van Vlaanderen en die van Holland onophoudelijk. Een poging van " Zwarte Griet " (Mar-

(1) Met Clerk met c bedoel ik de Middeleeuwsche benaming voor gestudeerden.

Sluiten