Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Fransche ridders komen den Vlaamschen graaf te hulp, want men voelt het wijd en zijd : wat in Vlaanderen gebeurt zal ook elders gebeuren. De aanvoerder der demokraten, Nicolaas Zannekin, door Gent's aanval van Brugge's hulp verstoken, grijpt naar een noodmiddel : op een gloeienden Augustusmorgen, als een verkenning hem geleerd heeft, dat de Fransche ridders zorgeloos en ongewapend — zulk een wapening was een heel werk! — in de schaduw liggen, stormt hij plotseling den Casseler berg af en het koninklijk kamp binnen. Reeds stond koning Philips VI op het punt gevangen genomen te worden, toen graaf Willem van Henegouwen, Holland en Zeeland zich met zijn blijkbaar minder zorgelooze ridders den Vlamingen in den weg wierp. Zoo kregen de Franschen tijd zich te wapenen. Zannekin sneuvelde, Yperen en Brugge moesten hun muren slechten (1328). Het innerlijk verdeelde Vlaanderen bleek niet meer in staat Frankrijk af te weren. Dat bleek ook bij het uitbreken van den honderdjarigen oorlog tusschen Engeland en Frankrijk, waarbij de Nederlandsche heeren regelmatig in dienst van een der partijen stonden, gewoonlijk in dien van Engeland. Vlaanderen was van den Engelschen wolinvoer afhankelijk, maar graaf Lodewijk, gezegd van Nevers, die de handhaving zijner positie aan den Franschen koning dankte, stond aan diens zijde. Wanneer Eduard III den uitvoer van wol naar Vlaanderen verbiedt (1337), breekt een geweldige werkeloosheid uit. De ontmantelde en gebrandschatte steden Brugge en Yperen zijn weerloos. Gent alleen was nog machtig, maar daar hielden aristokraten en demokraten elkaar in een verlammend evenwicht. Het gilde der wevers, dat tengevolge van de industrieele verhoudingen des lands een zeer bijzondere positie innam, was er bijzonder machtig en dwong de andere gilden steun te zoeken bij en dus te verleenen aan de aristokraten. In den algemeenen nood vereenigden zich nu die beide groepen in een soort bestuursraad, waar de aristokraat

Sluiten