Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XIII. Het leven in de dertiende en veertiende eeuw

DE geschiedenis is een sterk doorgecomponeerde symfonie. De motieven stijgen op terwijl andere nog den boventoon voeren. De eene periode dekt half de volgende. De kuituur, die wij nu gaan bespreken, is die van de opkomende stad, de volgende, de veertiende en vijftiende eeuw typeerend, die der zegevierende. Wil men een jaartal, dan maakt 1250 de diepste insnijding in de Middeleeuwen. Van dien tijd af is de continuïteit der ontwikkeling ook op Nederlandschen bodem te volgen. Dat ons land vroeger zoo onvolkomen meedeed is niet het gevolg van de achterlijkheid zijner bewoners, maar van de voorlijkheid van zijn bodem. De zeeprovincies, van den Dollart tot de heuvels van Artois, zijn met hun waterwegen, gunstige ligging en rijkdom aan voortreffelijk voedsel als een uitgestrekt industrieterrein, veel te mooi voor primitieve tijden. Voor zoover en zoodra de economie er mee wist om te gaan werden ze eminent belangrijk, tot de steenkooltechniek de halve belangrijkheid naar den mijngordel Henegouwen-Ruhr terugschoof.

Een geschiedschrijving, die de kuituur als hoofdzaak beschouwt, heeft zich thans duidelijk te maken, wat kuituur eigenlijk is. Bestaat zij uitsluitend uit kunst, wetenschap en godsdienst? Dan kan ze de geschiedenis niet beheerschen. De voorziening in stoffelijke behoeften is geen kuituur; indien men evenwel geen plan weet te vinden, waarop het lichamelijk en economisch leven met dat des geestes ongedwongen contact krijgt, zal men geen kuituurgeschiedenis kunnen schrijven, die tegelijk als " de " geschiedenis gelden mag. Wij zullen dat plan echter vinden.

De positie, waarin een mensch verkeert, hangt af van zijn

Sluiten