Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eigenschappen, zijn familie, zijn vak, zijn tijd. Toch zou de volledige kennis van al die omstandigheden een onderzoeker niet in staat stellen, het positiegevoel voor een bepaald persoon te berekenen. De een neemt een bescheiden plaats in, en voelt zich heel gewichtig. Een tweede heeft hooge waarde voor zijn omgeving, en vindt toch dat hij best gemist kon worden. Onder dezelfde voorwaarden acht de een zich welgesteld, de ander arm. Dezelfde toestand geldt bij den een als doorgang tot een betere, waarvan de komst slechts door verkeerde wereldverhoudingen vertraagd wordt, bij den ander als onontwijkbare levensbasis. Kortom een inensch leeft voor zijn bewustzijn niet in de reëele wereld, maar in een denkbeeldige, waarvan alle componenten ten deele door de realiteit, ten deele door zijn waardeschatting bepaald worden. Hoe groot de invloed van den subjectieven factor zijn kan, leert het voorbeeld van zoovelen, die tegen alle evidentie in aan een waan blijven vasthouden. De normatieve actie gaat uit van onze instincten, in de eerste plaats van het instinct van zelfbehoud, uitgebreid tot dat van algemeene baatzucht. Het orgaan daarvoor is het plat verstand, dat bij den mensch vergelijkend-fysiologisch gelijk staat met de natuurlijke weermiddelen der hoogere dieren. Daarenboven heeft ook de geringste mensch ethische en frenische (1) instincten, die hem buiten alle vergelijking plaatsen met het intelligentste beest. Zij zijn het vooral, die hem interesseeren voor de lotgevallen en positie van anderen, waarbij zijn direkt belang niet betrokken is, en die hem in staat stellen zich, als uitbreiding van zijn positiebeeld, een wereldbeeld te scheppen van eenige objectieve waarde en stichtende strekking. Het orgaan dezer hoogere vermogens is de verbeeldingskracht, die niemand ontbreekt. Zij maakt de

(1) Ethisch zijn de moraal en de algemeen menschelijke gevoeligheid. I)en term frenisch zou ik willen invoeren voor de aesthetische en hoogere intellectueele vermogens, en dus ook voor daarbij behoorende gevoeligheid.

Sluiten